Regelgeving
Foto 123RF.com

De gevolgen van de aangescherpte drankwet

Cafés die zich specifiek op jongeren richten hebben het moeilijk sinds de minimumleeftijd voor alcohol werd opgeschroefd van 16 naar 18 jaar. Nu, ruim anderhalf jaar verder, is het tijd voor een terugblik. Entree sprak met kroegbazen en met Ninette van Hasselt van het Trimbos Instituut en auteur van het boek ‘Pubers en uitgaan’. “De strengere wet gaat zeker helpen, maar ik vrees dat dit niet zonder kleerscheuren gaat.”

Het zijn lastige tijden voor (jongeren)cafés sinds de verscherpte Drank- en Horecawet op 1 januari 2014 van kracht ging, met zelfs faillissementen en conceptveranderingen tot gevolg. Is er sindsdien wel een positieve verandering gaande onder jongeren met betrekking tot uitgaan en alcoholgebruik? Of drinken jongeren meer dan ooit en hebben de strenge regels juist een tegenovergesteld effect gehad? Voor horecaondernemer Marco van Velthooven betekende de nieuwe wetgeving dat hij zijn levenswerk, jongerencafé De Doelen in Hilversum, in rook zag opgaan. “De laatste jaren, nog voor de wet van kracht werd, merkten we al dat het wat moeilijker werd om jongeren binnen te krijgen en houden, maar de nieuwe wetgeving gaf ons echt de genadeklap”, vertelt de ondernemer. “De Doelen was één van de meest bekende en bezochte jongerencafés in Hilversum. Toen we half augustus ons slotfeest hielden waren er ruim 2.000 jongeren, ondanks de regen. Op dat moment zag ik pas wat De Doelen voor Hilversum heeft betekend in de 100 jaar dat het café bestond. Veel jongeren kregen hier hun eerste zoen.”

Indrinken 
Van Velthooven verhoogde niet, zoals veel andere ondernemers wel deden, per 1 januari 2014 de minimumleeftijd voor toegang van 16 jaar naar 18 jaar, maar besloot polsbandjes uit te delen aan de meerderjarigen. “We moesten natuurlijk wat met de wetgeving doen, maar wilden 16- en 17-jarigen niet opeens uit De Doelen weren. Alleen jongeren met een polsbandje konden alcohol halen, met succes. We zijn veel gecontroleerd door de gemeente maar er is nooit een boete uitgeschreven.” Dat De Doelen het toch niet redde kwam vooral doordat de jongeren die nog wel kwamen pas laat binnenstapten omdat ze ergens hadden zitten indrinken. “Vervolgens werd er hier geen geld meer uitgegeven waardoor mijn omzet enorm kelderde. Ik had geen andere keuze meer dan de tent sluiten.” Van Velthooven gaat ervanuit dat de verscherping van de Drank- en Horecawet weinig nut heeft gehad. “Ik geloof heus wel dat het effect heeft op de lange termijn, maar er wordt evengoed gedronken door de jeugd. Alleen nu op andere plaatsen en minder zichtbaar.”

Frisfeesten 
Toch zijn er ook ondernemers die zich juist op de 18-minners richten. Met gemengde gevoelens, dat wel. In Utrecht ging deze zomer bijvoorbeeld een proef van start met alcoholvrije feesten voor tieners vanaf 15 jaar: 3 kroegen nemen het voortouw met maandelijkse frisfeesten. Dit doen ze op verzoek van de burgemeester, die zich hiermee hard maakt voor minderjarigen die wel willen feesten maar nergens meer terechtkunnen. Om te voorkomen dat de jeugd op straat rondhangt ging hij in gesprek met de uitbaters van Stairway to Heaven, de Winkel van Sinkel en De Beurs. Toch stonden deze 3 kroegen niet te springen om mee te doen. “We verdienen er namelijk helemaal niets aan”, legt Chrissie Westbroek van Stairway to Heaven uit. “We hebben berekend dat jongeren onder de 18 jaar per persoon 75 eurocent op een avond uitgeven, terwijl het bestedingspatroon bij volwassen bezoekers vele malen hoger ligt: 12 tot 15 euro per persoon. Dat wij meedoen aan deze proef heeft er voornamelijk mee te maken dat we goodwill willen tonen aan de gemeente.”

Thuis opvoeden 
Toch gaat er ook een preventieve werking uit van de proef, hoopt Westbroek. “De frisfeesten zijn een goede manier om jongeren kennis te laten maken met het uitgaansleven in Utrecht. Wat je nu ziet is dat als ze 18 zijn geworden en voor het eerst uit mogen gaan, ze compleet losgaan en stomdronken zijn. Dankzij de frisfeesten hebben ze al een beetje ervaring met het uitgaansleven hier en weten ze ons te vinden als ze meerderjarig zijn.” Westbroek is gematigd positief over de strengere wetgeving voor jongeren. “De overheid heeft één ding over het hoofd gezien en dat is dat ouders hun kinderen moeten opvoeden qua alcoholgebruik, niet de horeca. Als jongeren bij hun ouders thuis gewoon mogen blijven drinken heeft dit alles geen nut gehad.”

Tussen wal en schip
Ninette van Hasselt, programmahoofd Jongeren en Riskant Gedrag bij het Trimbos Instituut en auteur van het boek ‘Pubers en uitgaan’, hoort verschillende geluiden uit de horeca sinds de verhoging van de minimumleeftijd voor alcohol. “Veel ondernemers hebben, om gedoe met de gemeente te voorkomen, de toegangsleeftijd verhoogd naar 18 jaar. Sommigen draaiden dat inmiddels weer terug, maar in veel gemeenten lijkt een grote groep jongeren nu tussen wal en schip te vallen. Noch maar mondjesmaat ontstaan er vanuit gemeentes of de horeca initiatieven om uitgaansgelegenheden of plannen te ontplooien voor 16- en 17-jarigen, zoals in Utrecht.”

Van Hasselt constateert daarnaast dat 16-minners de laatste jaren minder vaak én veel drinken. “Toch zou het natuurlijk kunnen dat een (ouder) deel van de jongeren negatief reageert op de maatregel en misschien zelfs meer gaat drinken. Of dat zo is weten we nog niet, daarvoor zijn onze cijfers niet recent genoeg. Maar zeker op de lange termijn verwacht ik dat de meeste jongeren minder zullen gaan drinken. Dat hangt natuurlijk ook sterk af van de ouders en die werden de afgelopen jaren al een stuk strenger. Of jongeren hun plek in de horeca weer zullen vinden, hangt vooral af van de ontwikkeling van nieuwe uitgaansconcepten en manieren om de leeftijdsgrens te handhaven.”

Als Van Hasselt terugkijkt op de afgelopen anderhalf jaar is het voor haar duidelijk dat we nu in een tussenfase zitten. “We hebben, ook bij het Trimbos, alle redenen om aan te nemen dat de verscherpte maatregelen wel degelijk zin hebben en effectief zijn. Als je kijkt naar het buitenland, waar jongeren meestal pas op latere leeftijd mogen drinken, zie je in de cijfers terug dat er minder gedronken wordt en dat er minder geweld is in het uitgaansleven. Ik denk dus dat de strengere wetgeving op de lange termijn zeker een oplossing is, maar ik vrees dat dat niet zonder kleerscheuren gaat."