Omdat Koninklijke Horeca Nederland (KHN) volgens FNV Horeca weigert collectieve afspraken te maken, roept de vakbond op tot het maken van cao-afspraken per keten of onderneming én roept het werknemers op af te rekenen met de 'veel te lage salarissen in de sector'.
(Photo: iStock Basketboy)
FNV Horeca verwijst naar een onderzoek van adviesbureau Basis & Beleid in Utrecht, waaruit blijkt dat een jonge vakkenvuller in de supermarkt bijna net zoveel verdient als een volwassen ober in de horeca. "Wanneer we de beloningen van starters in de horeca zonder diploma en de beloningen van horecamedewerkers in de bediening vergelijken met dat van vakkenvullers, schoonmakers, beveiligers en kassamedewerkers blijkt dat de horeca het slechts verdient," zegt FNV Horeca in een verklaring. "Op het eerste gezicht lijken de basisuurlonen niet heel veel lager, maar als de toeslagen voor onregelmatigheid en overwerk worden meegeteld dan blijkt dat de horeca zich laat afschepen met een fooi. In de horeca is onregelmatigheid en overwerk immers zo goed als standaard. Omgerekend naar euro’s per maand verdient een volwassen schoonmaker bijna 200 euro meer dan een medewerker in de bediening."
Beloningen
FNV Horeca wil met haar oproep aan horecawerknemers bewerkstelligen dat er brede steun in de sector komt om afspraken met werkgevers te maken over betere arbeidsvoorwaarden, met name als het gaat om beloningen. FNV zet daarom in op het maken van afspraken per keten of onderneming.
'Meer fictie dan werkelijkheid'
Koninklijke Horeca Nederland geeft in een schriftelijke reactie aan dat 'FNV appels met peren vergelijkt'. "Gedurende de looptijd van de verlopen horeca-cao zijn de laagste loonschalen met zo'n 5 tot 7 procent verhoogd. Dat werkte toen ook door in hogere jeugdlonen," aldus KHN dat in de verklaring ook aangeeft dat FNV Horeca daar indertijd tevreden over was. "KHN is van mening dat de FNV Horeca appels met peren vergelijkt. Namelijk: niet-vakkrachten in horeca met wel-vakkrachten in andere sectoren. FNV Horeca heeft in het onderzoek ook nog eens tijdstippen voor toeslagen vergeleken met de andere bedrijfstypen, waarop in die andere bedrijfstypen niet of nauwelijks arbeid wordt verricht. Dat is dus meer fictie dan werkelijkheid."

