Op zijn 64ste kreeg hij een mooie onderscheiding binnen de Hilton-groep, maar dat is voor Roberto Payer, genaral manager van het Hilton Amsterdam en het Waldorf Astoria, het nieuws van gisteren. Leuk, maar niet interessant meer. Payer heeft nog veel te doen. Entree vroeg hem naar zijn plannen.
Op uw 64ste zo’n onderscheiding krijgen, dat is toch een mooie afsluiting van een carrière? Wat zijn uw plannen nog de komende jaren, tot aan uw pensioen?
“Pensioen? Ik ga helemaal niet met pensioen. Ik heb nog zoveel te doen. Zo’n onderscheiding is een erkenning van wat je in het verleden hebt gedaan. Let’s talk about the future!”
Wat zijn voor u in 2015 belangrijke aandachtspunten?
“Het Hilton Amsterdam bestaat ruim 50 jaar. Dat heeft aandacht nodig. Hoe gaan we verder? Wat willen we anders doen en welke strategie gaan we volgen? Dat zijn de vragen die mij bezig houden. Je moet blijven innoveren. Stilstand is achteruitgang. Hilton werkt nu met de e-incheck, zodat gasten zelf kunnen inchecken. Dat willen we goed laten lopen en ik wil weten wat er beter kan. Alessio Colavecchio, die bij het Hilton mijn rechterhand is, is een geweldige man en op het hele team kan ik blindelings vertrouwen. Het is een enthousiast, maar kritisch team. Daar moet je tegen kunnen. We leren van elkaar. Ik zeg altijd: je bent zo goed als gisteren.”
En wat staat u nog te doen bij het Waldorf Astoria?
“Er is natuurlijk veel aandacht voor Librije’s Zusje, zeker na de toekenning van de twee Michelinsterren. Maar ook daar geldt dat je er nooit bent en dat je je steeds moet blijven verbeteren. En bij TripAdvisor staan we nu in de top 8. Maar ik wil hoger en dat wil het hele team bij Waldorf Astoria. Dat betekent nog meer aandacht voor details. De opening was succesvol, maar dat betekent niet dat we kunnen stilzitten.”
In uw lange carrière heeft u goed zicht gekregen op het niveau van het hospitality-onderwijs. Kunt u iets zeggen over de aansluiting tussen onderwijs en praktijk?
“De scholen leiden vooral managers op, generalisten. Maar zoveel managers zijn er niet nodig. Ze moeten studenten opleiden om de hotellerie en de hospitality leuk te vinden. En dat laatste is meer dan alleen de hotellerie. Ook de gastvrijheid en catering bij een uitvaart is hospitality. We hebben mensen nodig die het leuk vinden om anderen te helpen. Ik vind het ook niet erg om mijn handen uit de mouwen te steken en een paar koffers naar een kamer te brengen. De ambachtelijkheid is weg. De jongeren moeten niet alleen plannen willen maken, maar ze ook willen uitvoeren.”
U mist dus de ambachtelijkheid en u ziet te veel generalisten?
“Ja. En als generalisten kunnen veel hotello’s ook in andere sectoren aan de slag. Die sectoren hebben graag hotello’s, met hun gevoel voor hospitality. Als alle opleidingen meer aan hospitaliy-onderwijs zouden doen, zouden ze geen hotello’s weg hoeven trekken uit onze sector. Dat moet wat mij betreft dus veranderen: meer aandacht voor hospitality in de volle breedte van het onderwijs. Dan kunnen hotello’s gewoon in de hospitality-sector werkzaam blijven. De overheid zou ook het economische belang van de hospitality-sector veel meer moeten onderkennen. Kijk eens naar het economische belang. Ik vind de landelijke overheid, maar ook lokaal zoals de wethouders, erg afstandelijk als het gaat over onze sector. Men heeft een beperkte blik en kijkt vooral vanuit het perspectief van cafés en restaurants terwijl men eigenlijk naar de volle breedte van de hospitality zou moeten kijken. Datzelfde geldt ook voor het onderwijs.”


