Wie zonder zonde is werpe de eerste steen. De horeca kent vele verlokkingen. Aan welke van de zeven hoofdzonden maken wij ons schuldig? Deze keer in de biechtstoel: Ingmar Voerman, journalist, blogger en jurylid in de wereld van dranken, bartending en bars. "Intens boos kan ik zijn op mijn ultieme onhandigheid, maar woedend worden op het leven, heeft geen zin."
IJdelheid
“De wereld draait op ijdelheid. We hebben allemaal een schouderklopje en complimentje nodig op z’n tijd, zowel inkomend als uitgaand. Daar ben ik mij goed van bewust. Mijn motor draait op erkenning en waardering, in zoverre ben ik een ijdeltuit. En qua uiterlijk? Ik zorg er wel voor dat ik er verzorgd uitzie als ik de deur uitga. De wereld is immers één groot fotomoment geworden.”
Hebzucht
“Ik stream mijn series, films en muziek, bezit geen auto of rijbewijs en woon samen in een huurhuis. Ik werk me een slag in de rondte, maar niet uit winstbejag. Geld verdienen, journalistiek en freelancen hebben sowieso weinig met elkaar te maken. Toch heb ik een vrij kostbare en hardnekkige horecaverslaving, zijn mijn standaarden qua eten en drinken torenhoog en heb ik een bovengemiddelde hang naar decadentie. Allemaal een logisch gevolg van het schrijven over cocktails, dranken en horeca. Ik wil mooie dingen om mij heen hebben en bijzondere dingen bezoeken, ervaren, luisteren, proeven en voelen. Hebberig in zintuiglijke vorm ben ik dus zeker, maar totaal niet in materialistische zin.”
Lust
“Lust is een gezonde drijfveer, een essentiële emotie voor een leuk leven. Lust en verleiding zijn ook belangrijke ingrediënten van cocktails. De kunst om lust in het leven te laten stroken met je langetermijnplannen, kwam bij mij trouwens niet als vanzelfsprekend. Met alle excessen en gevolgen van dien. Het klinkt erg oude-wijze-mannerig om op 33-jarige leeftijd te zeggen dat je inmiddels alles op een rijtje hebt, dik voor elkaar zelfs. Maar ik loop tenslotte ook met een wandelstok (hij heeft M.S., red.), dus dat mag best.”
Jaloezie
“Het is mij nooit gelukt echt jaloers te zijn op mensen. Natuurlijk moet niemand voor m’n neus proberen m’n vriendin te versieren, maar dit heeft ook met respect te maken. Mijn vertrouwen in de mensheid is naïef groot. Daarnaast gun ik mensen die er keihard voor werkten en die de juiste kansen grepen, hun succes. En ik ben ook niet jaloers op mensen die geen M.S. hebben gekregen. Gelukkig maar, dat zijn er namelijk vrij veel.”
Gulzigheid
“Mijn gulzigheid is mijn hebberigheid en vice versa. Kreeften, oesters, fantastische stukken vlees, immense hamburgers, exclusieve whisky en cognac, protserige flessen rood, champagne, cocktails, luxe reizen, hotelkamers als balzalen, de azuurblauwe zee … Hoe meer, hoe vaker, hoe beter. Het handige is dat ik deze geneugten zo nu en dan onder het kopje werk kan schuiven. En nee, dat gaat nooit vervelen. Als een nummer goed is kan ik het twintig keer op een dag beluisteren. Als ik bij een bar een perfecte negroni krijg of bij een restaurant een briljant gegrilde kreeft, zogezegd dito. Variatie is van levensbelang - maar vaste rituelen zijn dit ook.”
Woede
“Woede is bij mij meer een reflex dan een staat. Intens boos kan ik zijn als ik in mijn ultieme onhandigheid een vol glas thee omstoot of per ongeluk een belangrijk document voorgoed verwijder van mijn laptop. Maar woedend worden op de teleurstellingen die nu eenmaal bij het leven horen, heeft geen nut. Balen mag, maar niet langer dan een dagdeel.”
Luiheid
“Pr-technisch zou ik nu moeten antwoorden dat lui zijn niet tot mijn vocabulaire behoort, dat ik in mijn onvermoeibare perfectionisme altijd keihard werk en nooit iets uit handen geef. Dit is alleen niet waar. Ja, ik werk graag hard, schrijven en dranken zijn nu eenmaal twee grote passies en ik ga gebukt onder een forse bewijsdrang. Maar dat neemt niet weg dat helemaal niets doen en niets hoeven mij goed afgaan. Genieten van het zogeheten goede leven, je laten bedienen, wegsmelten in de zon, je totaal afzonderen van sociale media en de buitenwereld: heerlijk."

