Jaap Brantenaar is al 20 jaar elke dag te vinden in zijn café De Pui. Er is geen student in Rotterdam die nog nooit een biertje dronk in het markante hoekpand met de kenmerkende rode luifeltjes. In die 20 jaar overleefde Brantenaar de crisis en het rookverbod. Ook maakte hij veel hoogtepunten mee. Een portret van een oude rot in het vak. “Ondanks alle uitdagingen is de horeca het mooiste vak van de wereld.”
Horecaondernemer Jaap Brantenaar vierde afgelopen mei dat hij 20 jaar eigenaar is van café De Pui aan de Oostzeedijk Beneden, in de Rotterdamse wijk Kralingen. In de horeca zit hij echter al bijna 40 jaar; eerst in loondienst bij bekende Rotterdamse cafés als Melief Bender en later als restauranteigenaar. “In eerste instantie runde ik Indonesisch huiskamerrestaurant JW IJzerman, pal boven De Pui. Toen de eigenaar besloot het café te verkopen, besefte ik: zo’n kans krijg ik maar één keer.”
Sinds Brantenaar het kocht, is De Pui uitgegroeid tot één van de populairste cafés in Rotterdam. Niet alleen heeft het een grote aanloop van studenten, het heeft ook veel vaste gasten die er soms al jarenlang komen. Is het niet voor een biertje aan de bar, dan wel voor één van de evenementen die de Rotterdammer met enige regelmaat organiseert. Alleen voor een maaltijd kunnen gasten er niet terecht. “Een bakje pinda’s of een snackje kan nog wel, maar een echte keuken heb ik hier niet. Dat zou hier toch niet werken.”
Bindmiddel De kracht van Brantenaar zit ‘m in zijn enorme netwerk dat hij in al die tientallen jaren opbouwde. Want de Rotterdammer kent al zijn collega’s en zij kennen hem. Onder andere omdat hij in het bestuur van Koninklijke Horeca Nederland zat en vanwege zijn inspanningen voor de buurt. “Ik durf gerust te zeggen dat ik een bindmiddel ben, hier in de buurt. Ik neem vaak het voortouw. Als het bij mij druppelt, regent het misschien bij de buren of andersom. Je ontkomt er niet aan om samen te werken in deze branche.”
En daar draait de Rotterdamse ondernemer zijn hand niet voor om, gek als hij is op het organiseren van evenementen. “Zo had ik vorig jaar het idee om een soepmarathon te organiseren, met als startavond de dag van de Rotterdamse marathon. Elke dag een ander soepje bij De Pui. Ik legde het idee voor aan de eigenaar van restaurant Kaat Mossel hier in de buurt en hij was direct enthousiast. Maar hij was niet de enige: heel veel horecazaken wilden ook graag een pan soep voor me maken. Het draaide erop uit dat mijn soepmarathon 24 dagen duurde. Te gek! Van tevoren had ik de restaurants gezegd dat ze de inkoopprijs op mij mochten verhalen, maar dat heeft niemand gedaan. Het geeft volgens mij wel aan dat ik redelijk goed lig bij de andere horecaondernemers in Rotterdam.”
Karaoke is roken In die 20 jaar is er in Kralingen veel veranderd. Niet alleen nam het percentage studenten in de wijk flink af, ook verhuisde een aantal grote bedrijven aan wie Brantenaar veel klandizie te danken had én werd het rookverbod ingevoerd. “Veel vaste gasten vertrokken naar eenmanszaken in de buurt waar ze wél hun sigaretje mochten opsteken. Ik vind nog steeds dat het rookverbod zorgt voor oneerlijke concurrentie; de grote jongens in de horeca kunnen gemakkelijk een flinke boete betalen, maar voor kleine ondernemers als ik blijft dat lastig. Het komt op het volgende neer: overtreed je de wet dan vul je je zakken en als je het rookverbod niet overtreedt, loop je leeg. Het zou eerlijker zijn als een zaak die betrapt is gewoon 2 maanden dicht moet.”
Eigenwijs als hij is, staat Brantenaar zijn gasten 1 dag in het jaar toe om binnen een sigaretje op te steken: als hij een karaoke-dag organiseert. “Want karaoke is roken. Ondanks alle uitdagingen is de horeca het mooiste vak van de wereld.”




