Dit blijkt uit het rapport Monitor Inkomens Ondernemers van EIM dat woensdag voor het eerst verscheen. Het aantal zelfstandige ondernemers onder de armoedegrens is tussen 1990 en 2006 verdubbeld van 52.500 tot ruim 100.000. Vorig jaar werd bekend dat van de horecaondernemers ruim twintig procent onder de armoedegrens leefde.
"En het armoederisico onder starters, allochtonen en alleenstaanden is anderhalf tot twee keer zo hoog als gemiddeld", zegt onderzoeker Mickey Folkeringa. (Kanttekening: de toename sinds 1990 van groepen zelfstandige ondernemers zoals starters, allochtonen, vrouwen én zzp'ers drukken het gemiddelde inkomen omlaag.)
Concurrentie
De reden dat vooral de horeca en detailhandel veel extreem lage inkomens kennen is onder andere doordat het aantal starters nog steeds toeneemt door onder andere lage toetredingsdrempels. Dit zorgt voor veel concurrentie.
Zwarte inkomsten
Bovendien zijn de inkomens in de horeca in vergelijking met andere sectoren relatief laag. Dit komt doordat de winstmarges op maaltijden en dranken relatief laag zijn, de net al genoemde concurrentie (niet alleen tussen horecagelegenheden onderling, maar ook vanuit de detailhandel in voedingsmiddelen) én doordat wellicht een deel van de winst niet wordt waargenomen omdat deze niet is opgegeven (zwarte inkomsten). In de horeca wordt namelijk een relatief groot deel van de afgenomen producten contant afgerekend, wat het eenvoudiger maakt voor de ondernemer om een deel van zijn inkomsten niet op te geven.
Opmerkelijk
Ongeveer zes à zeven procent van het aantal zelfstandigen haalt structureel, meerdere jaren achtereen, te weinig inkomsten uit de eigen onderneming. Opmerkelijk is dat deze groep van 48.000 zich nauwelijks roert. Folkeringa is verbaasd over dit aantal.
"Je hoort vaak dat ondernemers zestig uur per week werken. Als dit dan is wat het oplevert? Maar misschien hebben ondernemers er fiscaal belang bij om hun winst zo laag mogelijk te houden. Een andere mogelijkheid is dus zwart geld." De echte redenen hierachter vergen dus nog meer onderzoek.
Geografisch
Van de zelfstandige ondernemers die onder de armoedegrens leven, bevinden zich de meeste in landelijke provincies als Friesland, Drenthe en Zeeland óf in steden als Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. Dat laatste is deels te verklaren door de sterke concentratie van allochtone ondernemers in de grote steden, een groep met een relatief hoger risico op een laag inkomen.
Gemiddelde inkomens
Sinds 1990 daalde het gemiddelde inkomen van zelfstandige ondernemers; sinds 2004 ging het weer omhoog. In 2007 was zelfs sprake van een toename van het besteedbaar, gemiddelde inkomen van zes procent. Deze was deels toe te schrijven aan de in dat jaar ingevoerde tien procent fiscale winstvrijstelling in het midden- en kleinbedrijf.
Het EIM denkt dat in 2008 de inkomens weer zijn afgevlakt door een hoge inflatie en neergaande conjunctuur. Exacte cijfers hierover wordt dit voorjaar nog bekend gemaakt.
Onderzoek
De Monitor Inkomens Ondernemers schetst een totaalbeeld van de inkomenspositie van ondernemers en bevat analyses van de belangrijkste trends in de periode 1990-2006. Het onderzoek is uitgevoerd onder 85.100 zelfstandigen. De armoedegrens ligt bij een inkomen van circa 11.000 netto per jaar. In de pdf het complete onderzoek.